Een sporter heeft meer vitamines nodig dan een niet-sporter. Maar omdat de sporter veelal ook meer eet, is de sporter goed in staat deze vitamines via de voeding op te nemen. Voorwaarde is wel dat de voeding deze vitamines ook daadwerkelijk levert. Bij levensmiddelen die wel energie, maar geen vitamines leveren, spreekt men van zogenaamde 'lege calorieen'. Denk hierbij aan snoep, koek, ijs en frisdrank. Als een sporter vooral brandstof haalt uit zulke voedingsmiddelen, kan er dus een
vitaminetekort ontstaan.
Het opheffen van een vitaminetekort bij sporters doet het prestatievermogen toenemen. Bij frequente, intensieve lichamelijke activiteit neemt de behoefte aan vitamines toe. (Top)atleten die dagelijks anderhalf uur of langer trainen, dienen hun vitaminestatus te laten controleren. Ook wanneer zij voldoende vitamines via de voeding binnen krijgen. Voor hen kan een voedingssupplement uitkomst bieden.