Een van de eerste verschijnselen dat de overgang zal beginnen, is een langere periode tussen de menstruaties. Dit vindt plaats onder invloed van een vermindering van de oestrogeenproductie in de eierstokken. Oestrogeen regelt de menstruatiecyclus. Als de hoeveelheid van dit hormoon afneemt, raakt de menstruatie verstoord. Tijdens de overgang zal de afname van oestrogeen gevolgen hebben voor het lichaam. De borsten worden wat kleiner en slapper. Er zullen ook veranderingen ontstaan die betrekking hebben op de vagina. De vagina wordt minder elastisch en droger. Er kunnen dan gemakkelijk wondjes ontstaan. Er kan ook sprake zijn van meer vaginale afscheiding. Daarnaast verandert de zuurgraad van de vagina, waardoor deze vatbaarder wordt voor infecties. Dit vergroot de kans op een
blaasontsteking.
Een ander overgangsverschijnsel wat voor kan komen is urineverlies. Door het afnemen van de hoeveelheid hormonen worden de bekkenbodemspieren en banden van de blaas en baarmoeder slapper. De blaas en baarmoeder kunnen verschuiven. Als gevolg hiervan kan er bij het plassen urine achterblijven in de blaas. Dit komt later in kleine hoeveelheden vrij. Daarnaast wordt door afname van de hoeveelheid hormonen het weefsel van de urineweg en de blaashals dunner. Het kan dan sneller geïrriteerd raken.
Verder zorgt de hormoonverandering voor tijdelijk meer botafbraak. Dit kan leiden tot
osteoporose, ook wel botontkalking genoemd. Meer botafbraak leidt tot het poreuzer worden van de botten, waardoor ze sneller breken. Met name de botten van de wervels, polsen en heupen kunnen bij een simpele val breken. Hierbij is het belangrijk voldoende
calcium en
vitamine D binnen te krijgen, welke de botopbouw bevorderen.